De zon schijnt, toepasselijk. Want wat was de minor een zonnige ervaring. Het einde is nu  heel dichtbij, morgen heb ik een eindgesprek en dan zit het er (als het goed is) op. De zon scheen vanaf de eerste dag, wat heb ik genoten. Voor het eerst sinds jaren had ik zin om naar school te gaan, ik wilde uitgedaagd worden en ik wilde iets doen. Het luisteren en overschrijven was ik kotsbeu, met overschrijven ben ik lang geleden al gestopt. Als ik iets interessant vind onthou ik het toch wel. Maar dat was vaak het probleem, ik was niet geïnteresseerd of enthousiast. Het enige wat ik wilde was zo snel mogelijk mijn diploma halen en lekker voor de klas gaan staan. Lekker mezelf zijn, alles op mijn manier doen...

Wat een faal zeg, alles op mijn manier doen. Je zou toch zeggen dat als je zelf ervaart dat je niet uitgedaagd word, je juist die uitdaging gaat zoeken voor kinderen. Niet dus, ik zou alles op mijn manier hebben gedaan. Terwijl elk kind op een andere manier gemotiveerd moet worden. Sommige kinderen luisteren graag naar je, anderen willen iets gaan doen. Sommige kinderen hebben behoefte aan een lange uitleg voordat ze ergens aan beginnen, andere kinderen willen aan de slag en stellen wel een vraag als ze er niet uitkomen. Het is lastig om met al die verschillende leerstijlen van kinderen rekening te houden, maar het is niet onmogelijk. Het vraagt flexibiliteit en inzicht van een leerkracht. Heb ik dat? Dat moet ervaring mij leren. 

In mijn blogs heb ik al heel wat beschreven. Sommige onderwerpen waren verplicht, andere onderwerpen heb ik zelf aangesneden. Er zijn op het laatste moment nog wat onderwerpen die ik kwijt wil. Te beginnen met ondernemerschap.

Toen dit onderwerp ten sprake kwam, dacht ik: wat moet ik ermee? Om eerlijk te zijn denk ik dit nu nog steeds. Ik heb getest hoe ondernemingsgezind ik ben door een aantal vragen in te vullen op een site (www.ondernemendeschool.be), en zoals ik verwacht had heb ik niet de benodigde karaktertrekken om een succesvolle ondernemer te worden. Is dit erg? Natuurlijk niet, ik heb de ambitie ook niet. Welke ambitie heb ik wel? Ik wil ondernemend zijn in de klas.

Zo ben ik ondernemend geweest in groep 7. Sorry, ik moet het anders zeggen. De kinderen van groep 7 zijn ondernemend geweest. Ze waren zelfs zo enthousiast dat ze naar de gemeente van Tilburg toe wilden stappen om hun ontwerp van hun recreatiegebied te presenteren. Doe maar! Heb je mijn hulp nodig? Dan kom ik je helpen! Lukt het je alleen? Dan blijf ik langs de zijlijn toejuichen! Want dat is wat een leerkracht moet doen. Je moet een kind de ruimte geven, als ze willen gaan ze uit zichzelf ondernemen. 
In een E-college van Erik van Santevoort werd aan ons verteld wat ondernemen is. Het was net als het interview dat we met hem gehouden hebben interessant, maar echte ondernemingszin moet vanuit jezelf komen. Dat wil niet zeggen dat ik ondernemingszin bij kinderen niet zal stimuleren, maar ik zal nooit een 'ondernemins-expert' worden. 

Een tweede onderwerp dat ik nog wil aansnijden heeft te maken met verandering. Verandering in het onderwijs heeft zowel voorstanders als tegenstanders. Voor beide partijen valt iets te zeggen. Mij zul je nooit horen oordelen over een tegenstander van verandering. Wel vraag ik aan dat persoon om met goede argumenten te komen. 

Verandering staat vaak in verband met angst. Ik weet van mezelf dat ik gevoelig ben voor verandering. Ik word er zenuwachtig van, ik raak gestrest en uiteindelijk komt alles op zijn pootjes terecht. Kijkend naar het onderwijs wordt verandering vaak in verband gebracht met ICT. Logisch, als je kijkt naar de maatschappij waarin we leven. 

Als je het onderwijs wilt veranderen, zal je eerst moeten weten hoe het in elkaar zit. Ik raad basisscholen aan om de vier-in-balans tool in te zetten (Kennisnet, 2012), of als ze al iets verder zijn, de didactiek-in-balans tool. Het doel van de vier-in-balans tool is het in kaart brengen van ICT in het onderwijs, ICT moet ervoor zorgen dat het leerrendement wordt verhoogd. 

Ik zie nu dat Kennisnet ook een PABO tool heeft. Het test zo te zien de kwaliteiten van een student. Die ga ik nog een keer doen, Vandaag niet, er staat een cake in de oven en die mag niet aanbranden.

Fijn, door al dat gepraat van mij is de cake aangebrand... 
 
 
Foto
Ken je Bono de Boskabouter al? Wat een kabouter is dat toch! Hij heeft zes verschillende kanten. Soms is hij rood, dan laat hij zich vooral door zijn emoties leiden. De andere keer is hij weer zwart, wat een pessimist kan hij dan toch zijn! Af en toe heeft hij ook geweldige creatieve oplossingen, dan heeft hij een groene bui. En als Bono zin heeft om veel feiten op te gaan zoeken, laat hij zich leiden door wit. Ook zie ik hem wel eens met een blauwe hoed, dan zorgt Bono dat alles overzichtelijk en gecontroleerd gebeurd. Maar het liefst zie ik Bono in een gele bui, dan is hij zo lekker positief. 

Bono past zich graag aan de situatie aan. Soms is het nodig om kritisch te zijn, dan zet hij zijn zwarte hoed op. Het gebeurt ook wel eens dat er een leider nodig is, dan haalt hij de blauwe hoed tevoorschijn. Bij elk overleg wil Bono dat er verschillende kleuren te zien zijn, dan kom je pas echt tot een discussie. Waar Bono vooral blij van wordt, is mensen die de uitdaging aan durven om een andere kleur te proberen. Als Bono dat ziet, dan is zijn hele dag weer geel!

Wil je weten hoe Bono de Boskabouter aan zijn naam komt? Dat zal ik dan eens vertellen. De ouders van Bono kenden een hele slimme meneer, zijn naam was Edward de Bono (nee, niet Edward de vampier). De ouders van Bono vonden meneer de Bono zo'n slimme man, dat ze hun piepkleine zoontje naar hem vernoemd hebben. 
Maar waarom vonden ze meneer de Bono dan zo'n slimme man? 

Dat komt omdat meneer de Bono een manier had bedacht om helder te kunnen communiceren (Wikipedia, 2013). Op het plaatje hieronder zie je de zes hoeden met de kleuren die hij bedacht heeft. Elke kleur geeft bepaalde eigenschappen aan die leiden tot het vormen van een bepaalde mening. Deze meningen kunnen botsen en dit leidt vaak tot interessante discussies. Wat heeft dit te maken met innovatie en ICT in het onderwijs? Lammerts (2013) zegt dat interessante discussies ervoor zorgen dat innovatieve processen ontstaan. Innovatie kan alleen plaatsvinden als er helder over gecommuniceerd wordt en de denkhoeden zijn daarbij een handig hulpmiddel.

Vandaag heb ik nog in gedachte gebruik gemaakt van de denkhoeden. De opdracht was: ontwerp je ideale school. Alles kan, alles is mogelijk en je mag geen 'ja, maar...' zeggen. Oké! Cool! Zweinstein! In een groepsverband zijn we aan de slag gegaan. Al gauw merkte ik dat ik de blauwe hoed op had, het is vrij lastig om die dan weer af te zetten. Toch hoop ik dat het me aardig is gelukt, volgens mij is iedereen het uiteindelijk eens met ons eindconcept. Ik denk dat dit komt omdat niemand in onze groep de zwarte hoed op had, maar iedereen de geel/groene hoed op had. Het was een geweldige samenwerking!

Onze school ziet er als volgt uit:
Het kasteel van Zweinstein is de thuisbasis. Hier volgen de leerlingen de taal en rekenlessen in hun vaste klas. Daarnaast is er op Zweinstein een ruimte met heel veel QR codes, deze codes geven een probleem weer. Een voorbeeld: Het teveel aan uitlaatgassen in de wereld. Een kind gaat naar de area 'de wereld en de ruimte' en probeert daar een oplossing voor dat probleem te vinden. Zodra dit is gelukt, haalt de leerling een level. Het probleemoplossend vermogen komt dan bijvoorbeeld op level 8. Terug op Zweinstein kan de leerling op zijn eigen 'wall of fame' zijn awards terug zien. Daarbij zien leerlingen ook op welk level ze zijn met hun 21st century skills. 
De areas in onze school zijn naast de wereld en de ruimte:
- Een atelier
- Een garage
- Een bos met dieren
- Een meer
Daarnaast zijn er overal op school devices te vinden waar kinderen mee mogen werken, zijn de kinderen verplicht om hun telefoon mee te nemen en zijn er zogenaamde 'social cards' die ze moeten verzamelen. De social cards zijn kaarten van de andere kinderen van school, op deze manier komen de kinderen in contact met elkaar.
Nog een leuk feitje over onze school: om van area naar area te gaan zijn er glijbanen. 


Wikipedia (2013). De zes denkhoeden van de Bono. http://nl.wikipedia.org/wiki/Edward_de_Bono. Bezocht op: 21-3-2013.

 
 
Wat zijn die kinderen toch blij met mij.. 'Yes, juf Ilona is er! We gaan werken aan het project!' 'Wat gaan we volgende week doen?' 'Mogen we thuis verder werken aan Prezi?' Maar natuurlijk, ga je gang! Ga maar lekker aan de slag met Twitter, Prezi en het ontwerpen van je eigen recreatiegebied. 

Ja, ze zijn heel erg blij met mij. Tot ze te horen krijgen dat we de recreatiegebieden gaan presenteren, *dramatische pauze*, aan de ouders. Twintig kelen moeten even slikken. Één paar ogen kijkt me meteen verschrikt aan. Presenteren aan de klas? Prima, doen we. Dat is bijna hetzelfde als het houden van een spreekbeurt. Presenteren aan de ouders? Ai, dat is andere koek.

Kinderen zijn vaak bang om te presenteren of te vertellen. Waarom? Tja, het kan natuurlijk gebeuren dat je je verhaal kwijt bent. Of misschien sta je te trillen van de zenuwen. So what!? Je bent het zo weer vergeten, vooral als je ouders zeggen dat ze apetrots op je zijn. Want apetrots gaan ze op die groepjes zijn, net als ik trouwens. Want ook al ken ik ze pas sinds Carnaval, wat ben ik trots op wat de kinderen tot nu toe hebben bereikt. 

Neem nou eergisteren. Er kwam spontaan een jongen naar mij toelopen die vroeg waarom we dit project eigenlijk deden. Tja, daar springen we natuurlijk op in. 
'Oké jongens, leg je potloden neer. O nee, laat de muis los. Er werd net aan mij gevraagd waarom we dit doen, dat ga ik even uitleggen. We zijn bezig met de 21st century skills.' 
'De wat?' 
'Laat me even uitpraten. De 21st century skills zijn vaardigheden die ieder kind in de toekomst nodig heeft. Bijvoorbeeld kritisch denken en zelf je problemen oplossen.' 
'O, we doen dit dus niet voor de lol?' 
'Nee, wat dacht jij dan? Natuurlijk doen we dit voor de lol, maar je leert er ook nog heel veel van!'

De dag daarna lees ik in een tweet de vraag: 'Wat doe je als iemand wordt vermoord in je park?' Tja, je kan ervan denken wat je wilt, maar het is een (nogal groot) probleem. Probleemoplossend vermogen komt dus zeker aan bod!

Projectmatig werken klinkt vaak 'eng' in onderwijsland, vooral als er dan ook nog een term als '21st century skills' bij komt kijken. Maar wat is het makkelijk als je er eenmaal aan begint. Het vraagt wat voorbereiding en creativiteit, maar dat betaalt zich allemaal uit. Ik heb nu al zin in mijn volgende project. Waar zal ik het eens over doen? O, idee! Verander het einde van de Harry Potter series en maak hier een film over! Wauw, ik kan niet wachten om eraan te beginnen!

Ik kan echt nog uren doorgaan op dit theorieloze blog over het project, wat een geweldige ervaring! Wil je meer informatie over het project? Zoek dan even contact met mij op de pagina 'wie ben ik?'. 

Ik had nog beloofd dat ik terug zou koppelen over flipping the classroom. Tja, wat zal ik er eens van zeggen? Een aantal kinderen reageerden enthousiast over het concept, het betekent nog meer gebruik maken van het succesvolle Twitteraccount. Het nadeel van het experiment was dat er een vijftal kinderen niet op Twitter hadden gekeken. Zelfs niet na de vele herhalingen en de herinnering op het bord. Voor die kinderen was het zaak om extra goed op te letten tijdens mijn reflectie over het flippen. Naast die informatie moesten ze er zelf maar achter komen wat de opdracht was. Ieder groepje had natuurlijk mensen die het uit konden leggen, maar de kinderen die niet op Twitter hadden gekeken, hadden van tevoren niks bedacht. Hun inbreng was beduidend minder, wat erg jammer was. Een stukje zelf verantwoordelijkheid nemen is dus wel belangrijk om aan de kinderen mee te geven als je wilt werken met flipping the classroom. Ik had er natuurlijk voor kunnen kiezen om de vijf kinderen die niet wisten wat de opdracht was toch nog de uitleg te geven, maar op die manier had ik dat hele flipping the classroom net zo goed niet 


 
 
Foto
Flipping the classroom is een onderwijsconcept dat veel vraagt van de zelfstandigheid van leerlingen. Riendeau (2012) legt het helder uit, hij stelt dat flipping the classroom betekent dat je alles omgooit. In plaats van op school instructie te krijgen, krijg je die thuis in de vorm van een filmpje o.i.d. Op school is er dan ruimte voor verwerking. Tijdens de verwerking kan de leerkracht goed inspelen op wat het individu nodig heeft. Kinderen die aangeven de instructie te begrijpen kunnen zelfstandig aan meer uitdagende taken beginnen. 

Wat vraagt dit nou eigenlijk van leerlingen? Ten eerste krijgen kinderen meer verantwoordelijkheid over hun eigen leren. Als ze ervoor kiezen om thuis niet naar de instructie te kijken, kan dat niet door de leerkracht gecontroleerd worden. Als ze vervolgens de verwerking wel aankunnen, moet je je afvragen of dat kind de instructie wel nodig had. Daarnaast kunnen kinderen makkelijker aangeven de stof al te begrijpen en heb je als leerkracht dus meer tijd om de kinderen te helpen die worstelen met de stof. 

Nadeel van flipping the classroom op de basisschool is dat kinderen niet gewend zijn aan huiswerk. Alleen de bovenbouw krijgt elke week (werkwoord)spelling en breuken-huiswerk mee en dat is vaak een kwestie van 'invullen maar!' Ik heb in groep 7 het concept besproken en ik heb met de kinderen afgesproken dat de instructie voor de volgende les op Twitter komt te staan. De kinderen zijn in het kader van 21st century skills een eigen recreatiegebied aan het ontwerpen, daarbij wordt Twitter gebruikt om te brainstormen over bepaalde ideeën. Ik heb nu op onze account een voorbeeld geplaatst van de plattegrond van mijn camping (de camping gebruik ik als voorbeeld voor het hele project). 




























In mijn volgende blog zal ik de bevindingen van kinderen laten weten. Ik ben benieuwd hoe snel ze zelfstandig aan de slag kunnen met hun plattegrond!



Riendeau, D. (nov. 2012). The Physics teacher. Volume 50, pagina 507.

 
 
Foto
Ik was een paar dagen geleden de familiefilm Mees Kees aan het kijken. Een echte aanrader! Voor wie de film (en de boeken) niet kent: een korte samenvatting: Groep 6 is een pittig klasje, de juf vindt het dan ook helemaal niet erg dat ze met zwangerschapsverlof gaat. Maar een invaller regelen, dat valt nog niet mee. Daarom komt de stagiaire Kees in de klas. Hij weet niet zo goed wat hij moet doen, maar gelukkig helpt de klas hem daarbij. Dit zorgt voor de meest leuke en leerzame avonturen. 
Terwijl ik zat te kijken en medelijden kreeg met Tobias, hij had net zijn vader verloren, kwam het eerste shot van de klas in beeld. Een standaard klaslokaal met tafeltjes, een bureau en uiteraard een bord. Maar wat voor bord? Een krijtbord! Dat is toch niet meer van deze tijd?!

Of is een krijtbord nog wel van deze tijd? In veel klassen hangen tegenwoordig digiborden, maar wordt daar ook optimaal gebruik van gemaakt? Ik heb al te veel voorbeelden gezien van het digibord dat gebruikt wordt als krijtbord. Dan is het wel een duur hulpmiddel, of niet soms? Want dat is het, een hulpmiddel, sterker nog: een didactisch hulpmiddel. Er zijn een heel scala aan tools te vinden die makkelijk in gebruik zijn. Je moet alleen even weten waar je moet zoeken. Ik vind de meeste tools op Twitter. Als mensen een tool tegenkomen die ze handig vinden, delen ze die op Twitter. Wil je mij volgen op Twitter? Dat kan! Je kan me vinden onder de naam: @Ilona_van_Aert. 

Een nadeel van al de tools die je kan vinden, is dat het moeilijk is om de bruikbare tools te selecteren. Welke tools hebben nu echt didactische meerwaarde in je klas? Dat blijft voor mij ook een vraag, ik hoop daar over een aantal weken antwoord op te kunnen geven. Help me er nog eens aan herinneren!

Foto
Ik was gisterenavond in het eLab van Innofun. Daar ben ik op zoek gegaan naar de didactische meerwaarde van tools. Ik ben er wederom achtergekomen dat niet elke tool die meerwaarde bezit. Ik ben er ook achter gekomen dat je niet per se ICT nodig hebt om een doel te behalen. Het bewijs hiervoor vinden we in het huidige onderwijssysteem, daar worden doelen behaald zonder dat er gebruik wordt gemaakt van technologie. Maar wat 
sla je de plank mis als je denkt dat het zo door kan blijven gaan! ICT brengt zoveel meer teweeg in de klas, de kinderen gaan er actief door leren. En het hoeft niet moeilijk te zijn, begin rustig. Start met het maken van een les op het bord of laat een keer een filmpje zien die bijdraagt aan de lesstof. Ga vervolgens eens kijken naar de mogelijkheden van Twitter in de klas. Wil je niet dat andere mensen zien wat je op Twitter doet? Maak dan een gesloten account aan. Ik heb dat ook gedaan. Ik wilde Twitter inzetten om kinderen te motiveren, om te evalueren en om samen tot ideeën te komen. Misschien dat ik ooit de pagina nog openbaar maak, maar tot nu toe heeft dat geen meerwaarde. 

Er zit een gigantisch nadeel aan deze oproep. De mensen die dit lezen, zijn al geïnteresseerd in ICT gebruik in het onderwijs. Zij hebben de eerste stappen al gezet, ze zijn vast ook al verder dan ik. Aan hen wil ik vragen of ze mijn boodschap door willen geven. Laat anderen proberen en laat ze erachter komen dat een iPad in de klas niet alleen een speeltje is, maar echte meerwaarde heeft. 

Als je kijkt naar de innovatietheorie van Rogers, vallen de mensen die dit soort blogs lezen veelal onder dezelfde categorieën. Zij zijn de Innovators, Early Adaptors en de Early Majority. Het zijn de mensen die meegaan met de nieuwe technologieën en deze toepassen. In het schema hieronder zie je dat maar 2,5% van de mensen Innovators zijn, zij zetten meestal de eerste stappen. Zij trekken anderen mee, die trekken weer anderen mee etc. Uiteindelijk zal een groot deel meegaan met de technologie. Dit is echter te laat, of ze zijn er niet enthousiast over. Bij deze dus nogmaals de oproep, maak enthousiast, trek iedereen mee! Een quote van Innofun: zorg dat de leerlingen van de 21e eeuw ook leerkrachten van de 21e eeuw krijgen!
















Bredero, B. (2012). Mees Kees, de film. Bekeken op: 03-03-2013. 
Wikipedia (2013). Innovatietheorie van Rogers. nl.wikipedia.org/wiki/Innovatietheorie_van_Rogers. Bezocht op: 08-03-2013.

Brand, G., Kesselring, M. (2013). Bezoek eLab bij Innofun. 07-03-2013. 


 
 
Iedereen in het onderwijs vindt dat er bepaalde componenten zijn waar iedere leerkracht verstand van moet hebben. Zo moet iedere leerkracht weten waar zijn klaslokaal is, wanneer hij of zij moet gaan gymmen, dat er iets moet gebeuren met taal en rekenen. Daarnaast is het handig dat leerkrachten iets van kennis hebben over het vakgebied waarover ze praten. En je moet ook weten hoe je die kennis over moet brengen op kinderen. Dus er moet iets van vakkennis zijn en je moet iets afweten van didactiek. 

Check, check, dubbelcheck. Jep, Het onderwijssysteem in Nederland voldoet over het algemeen aan die eisen. Is dat genoeg in de 21e eeuw? Nope, er komt wel wat meer bij kijken. 

Het TPACK model is een model dat naast de vakkennis en didactiek ook ICT integreert in het onderwijs (Koehler & Mishra, 2009). Daarbij moet er een juiste balans zijn, de integratie van ICT moet er bijvoorbeeld niet voor zorgen dat ICT het doel wordt. Op onderstaande afbeelding zie je dat als er een component mist, het TPACK model niet compleet is. Het is dus belangrijk om je bewust te zijn van de componenten. 


Snap je het model? Mooi, ik zal er ook nog een voorbeeld bij geven. Een voorbeeld die ik in zou voeren op mijn ideale school waarvan ik nog steeds hoop dat ik toegelaten wordt. Voel je hem al aankomen? Zweinstein, here I come!

De leerlingen op Zweinstein hebben een hekel aan geschiedenis van de toverkunst. Professor Kist, het spook dat dit vak doceert, leest zijn aantekeningen voor en de leerlingen schrijven dit over. Vakkennis aanwezig? Check. Didactiek? Tja, het is een vorm van didactiek, erg uitdagend is deze echter niet. Hoe kan je de T van TPACK inzetten, namelijk de technologie? Het eerste wat Perkamentus aan moet schaffen is een WIFI-netwerk en iPads. Nee, niet omdat Perkamentus dan kan zeggen dat hij mee gaat met de tijd, maar om als didactisch hulpmiddel te zetten. Wat professor Kist dan kan doen, is het volgende. 
Hij begint met een korte en krachtige introductie op het onderwerp, in deze situatie is dat de koboldopstanden. Hij neemt één kobold die een sleutelrol speelde in de opstanden. Over deze kobold zoeken de leerlingen achtergrondinformatie op. Dan maken ze in groepjes een Bitstrip (online strip maken, zie www.bitstripsforschools.com) over deze kobold en wat hij heeft gedaan tijdens de opstand. De keuze voor Bitstrips is gebaseerd op het visueel maken van de lesstof. Aan het einde van de les worden de Bitstrips bekeken en wordt er geëvalueerd aan de hand van een aantal inhoudelijke vragen. Deze vragen controleren of het doel van de les is behaald. 

De vakkennis van professor Kist wordt getoond tijdens de introductie, de kennis van de leerlingen groeit gedurende de les. Professor Kist spreekt verschillende leerstijlen van de leerlingen aan. Tijdens de introductie zijn de auditief ingestelde leerlingen in het voordeel, tijdens de verwerking zowel de auditief- als de visueel ingestelde leerlingen en bij de evaluatie komt alles samen in een discussie die ondersteund wordt met de visuele Bitstrips. De technologie bij deze les is in de vorm van Bitstrips en iPads. 


Nu kan je denken: ja, leuk verzonnen. Nu nog toepassen. Bij Kennisnet ben ik er gisteren achtergekomen dat dat niet zo moeilijk hoeft te zijn. Ieder tweetal kreeg namelijk drie kaartjes, op elk kaartje stond een woord dat met kennis, didactiek en technologie te maken had. Bijvoorbeeld discussiëren (kennis), samenwerken (didactiek) en Twitter (technologie). Er moesten lessen verzonnen worden bij de kaartjes. De les die wij hadden verzonnen ging als volgt: In een samenwerkingsverband wordt een stelling besproken. Elk groepje komt tot een standpunt, de discussie gaat verder op Twitter. Uiteindelijk hebben de kinderen hun mening aangepast of blijven ze bij hun standpunt, dit maakt niet uit. Ze hebben een discussie gevoerd met elkaar en daarbij Twitter als hulpmiddel gebruikt. Het voordeel van Twitter bij deze les is dat de kinderen een beknopt argument moesten geven. Dit kan echter ook als nadeel werken.  

In twintig minuten waren alle ideeën uitgewerkt en waren er korte presentaties over de lessen gemaakt. Twintig minuten, iedereen heeft toch wel twintig minuten over om een les te bedenken volgens het TPACK model? Dat is zeker het mooie aan het model, het is niet zo moeilijk om het toe te passen in het onderwijs. 

Dus bij deze, mijn sollicitatie om de functie van professor Kist over te nemen en een korte samenvatting en voorbeelden over TPACK met daarbij veel dank aan Kennisnet voor de voorbeelden die ik daar heb gezien. 


Koehler, M. J. & Mishra, P. (2009). What is technological pedagogical content knowledge? Contemporary Issues in Technology and Teacher Education, 9, 60-70. 
Bitstrips Inc. (2012). Online strips maken. www.bitstripsforschools.com. Bezocht op: 28-2-2013.
 
 
21st century skills, je kan er in het onderwijs bijna niet meer omheen. Toch? Ik wou dat dit waar was, dat geen enkele leerkracht het zou durven om te zeggen dat ze niet weten wat de inhoud van de term is. Helaas, ik raakte gisteren nog in gesprek met een leerkracht over 21st century skills. Het gesprek ging ongeveer zo: 'Waar ben je tegenwoordig mee bezig?' 'Tja, waar ben ik niet mee bezig? Ik ga naar school, ik slaap, ik ga werken, ik heb af en toe een afspraak bij de opticien, ik lees het een en ander over Harry Potter.. O, waar ik op stage mee bezig ben? Ik ben bezig met een onderzoek naar 21st century skills.' Er valt een vervelend lange stilte... ... ... 'Waar ben je mee bezig?' WAT? In welke eeuw leef jij?!

Omdat ik een flexibele leerkracht ben die me graag aanpas aan mijn lezers, laat ik Joke Voogt in het filmpje hieronder aan het woord. Zij legt uit wat de 21st century skills inhouden. Mocht je al weten wat het is? Yes! Geweldig! Ga ermee aan de slag! En kijk toch het filmpje even, het is de moeite waard. 
Dus, nu weet je wat het is. De maatschappij is veranderd, het onderwijs niet. Kort door de bocht misschien, maar wel waar. Het vervelende aan de veranderde maatschappij is dat deze niet stilstaat, maar door blijft veranderen. Vervelend? In een bepaald opzicht ja, je kan geen vast curriculum stellen. Tegen de tijd dat het af is, is alles weer anders. 

Geweldig toch, dat je nog steeds denkt aan het curriculum? Dat is toch hartstikke ouderwets? Klopt, maar dat wil niet zeggen dat het helemaal moet verdwijnen. Iets dat ouderwets is hoeft niet te verdwijnen, het krijgt alleen een andere betekenis en plaats. 

Daarom zijn de 21st century skills zo'n goed idee. Omdat we door de veranderingen op dit moment nog niet weten welke banen de kinderen van nu later gaan hebben, weten we ook niet wat ze moeten kunnen. Je kan een kind niet meer leren hoe je een hoefijzer slaat, want het beroep van een smid blijft niet meer bestaan. We moeten de kinderen van nu leren om zelf vragen te stellen en deze op te lossen. Zoals B. Trilling en C. Fadel in hun boek zo mooi zeggen: 'The journeys to discover answers to why? and to creating innovative solutions to our perplexing how can we...? problems are authentic learning adventures - they deepen understanding, hone skills, provide emotional satisfaction (as well as some creative frustration), and reveal new ways to work, learn, and thrive in our world.' (2009)

Leren is een avontuur, als de juiste vragen maar gesteld worden. En als de vragen maar door de kinderen gesteld worden. Als leerkracht kan je de aanleiding voor de vraag geven, maar een kind moet met de vraag komen. Dan begint de zoektocht naar het vinden van het antwoord. Welke vaardigheden zet je ervoor in? Wat moet je kunnen? 
Hier heb je toch per direct motivatie voor? Je hebt het immers zelf bedacht. Kinderen worden enthousiast en ze zijn intrinsiek gemotiveerd, laat dat leren maar komen!

Wauw, als ons dat toch eens zou lukken. Het eerste wat er dan veranderd moet worden is dat kinderen meer ruimte moeten krijgen om vragen te stellen. Vaak worden vragen afgekapt, anders loopt de planning in de soep. Tja, een planning is belangrijk in het onderwijs... 

Maar door steeds maar zelf vragen te stellen aan leerlingen en er vaak al een deel van het antwoord bij te geven, maak je leerlingen lui. Laat ze zelf iets bereiken! Wees alleen diegene die het duwtje in de goede richting geeft. 

Geloof je me nog niet, denk dan hier eens over na: Denk je dat Harry Voldemort had kunnen verslaan als professor McGonagall (voor Nederlandse lezers Anderling) constant tegen Harry had gezegd wat hij moest doen? Nee, ik denk het niet... Het enige wat zij heeft gedaan is de nodige spreuken aangeleerd en Harry een thuis gegeven om voor te vechten. 


Literatuur:
Fadel, C., & Trilling, B. (2009). 21st century skills, learning for life in our times. San Francisco : Jossey-Bass.
Kennisnet (2011). Joke Voogt, 21st century skills. http://www.youtube.com/watch?v=czlOrLtRIc8. Bezocht op: 21-2-2013.

 
 
Heb je wel eens een discussie met jezelf gevoerd? Ik denk dat iedereen dat wel eens doet. Ik vanochtend nog, een discussie over beschuiten. 

Wat is het belang van beschuiten in onze wereld? Wat brengt een beschuit dat alleen een beschuit kan brengen? Het is voedsel, maar een appel kan je ook eten. Het heeft een symbolische betekenis bij een geboorte, maar dat kan vervangen worden door een peperkoek. Of een kaiserbroodje. Of een croissant. Kan mij het schelen. 

Toen dacht ik over het belang van belang hebben in onze wereld. Volg je me nog? Is het belangrijk om belangrijk te zijn voor de wereld waarin we leven? Voor een beschuit is het blijkbaar niet belangrijk om belangrijk te zijn. Geldt dat voor een mens ook? Is het onze taak om belangrijk te zijn voor anderen? En voor de natuur? Ja, ik denk dat dat belangrijk is. En iedereen probeert het ook, de een wat minder dan de ander, maar iedereen probeert het. Ik probeer belangrijk te zijn door kinderen dingen te leren. Wat voor dingen? Nou, waarom 1945 een belangrijk jaar is in de Nederlandse geschiedenis. Maar ik leer ze ook hoe je met elkaar om hoort te gaan, hoe je een ander leert te respecteren. Wat is belangrijker? Kies zelf maar. 
Ja, iedereen probeert belangrijk te zijn. Behalve Voldemort, die denkt alleen maar aan zichzelf. Maar ach, dat is een fictief persoon, toch?

Ik dwaal af, ik had het over beschuiten. Hoe hoort een beschuit eruit te zien? Een beschuit hoort rond te zijn, dat is zeker. En het moet kruimelen zodra je een hap neemt, dat hoort erbij. Er zijn ook merken die een inkeping maken in de beschuiten zodat je ze beter kan pakken, handig! Maar wat ik daar zo vervelend aan vind, is dat je minder beschuit krijgt voor je geld. Tja, ik blijf een Nederlander. Waarom maken de fabrikanten niet een verpakking met een 'uitkeping'? Dan kan je makkelijk je beschuit pakken én is hij perfect rond, geniaal!

Geniaal, dat woord hoor je steeds minder in ons onderwijssysteem. We laten kinderen zelf niet nadenken, we doen het voor ze. Maar waarom? Het zijn juist de kinderen die vaak met een fris idee komen. En als het een minder goed idee is? Ach, volgende keer beter. Laat ze het maar uitproberen, ze komen er snel genoeg achter dat ze iets nieuws moeten verzinnen. 

Out of the box denken wordt weinig gedaan. Jammer, je haalt jezelf alleen maar meer werk op de hals. Jij moet namelijk al het denkwerk doen. Laat de kinderen nou eens nadenken! Laat hen komen met de ideeën en voer ze uit. Dat is het enige wat je hoeft te doen, helpen bij het uitvoeren. O, en af en toe en doel stellen misschien. Ja, dat lijkt me ook wel handig. 

Kijk voor een voorbeeld eens naar het filmpje. Ik wist niet dat een paar dozen zoveel mogelijkheden konden bieden, wauw! Ik ken de serie niet en volgens mij bestaat het ook niet meer. Jammer, ik denk dat ik het wel een leuke serie had gevonden. 
 

Helden

02/06/2013

0 Comments

 
Iedereen heeft een held. Is je held Steve Jobs, de man die vooral van appels houdt? Of is je held Marco Borsato? Gewoon, omdat die zo mooi kan zingen. Of Superman, omdat die de wereld redt? Of is je moeder je heldin, omdat ze zo goed kan koken? 


Wat is een held eigenlijk? Misschien moet ik daar eens mee beginnen. Ik heb vandaag gehoord dat Wikipedia een betrouwbare digitale encyclopedie is, daar ben ik eens gaan zoeken. Een citaat: 'Een held (mannelijk) of heldin (vrouwelijk) is een bestaand, fictief of historisch persoon die, wanneer geconfronteerd met gevaar en rampspoed of vanuit een zwakke positie, moed en de bereidheid tot zelfopoffering betoont voor een grotere zaak. Aanvankelijk had dit heldendom vaak te maken met strijd of het uitblinken in iets, maar later werd dit uitgebreid tot een meer algemeen moreel uitblinken.' (wikipedia, 2012). Een bestaand, fictief of historisch persoon, daar kan ik bij met mijn gedachten, dat kan alles en iedereen zijn. Iedereen zou dus een held kunnen zijn, mooi zo. Maar waarom moet er per se gevaar, rampspoed of een zwakke positie zijn? Een regisseur die een geweldige film maakt, kan in mijn ogen ook een held zijn. En die heeft meestal niet met gevaar, rampspoed of een zwakke positie te maken gehad. 


Wat heeft dit alles met ICT in het onderwijs te maken? Dat zal ik eens vertellen, daarbij geef ik mijn definitie van een held. Een held is iemand die anderen inspireert met zijn of haar gedachten, keuzes of handelingen. Zo heeft Bill Gates Microsoft opgericht, held! Konrad Zuse heeft een van de eerste computers gemaakt, held! Michael Hart heeft de e-reader bedacht, held! Kodak was het eerste bedrijf dat de camcorder introduceerde, ook een bedrijf kan dus een held zijn! 
Zonder al deze helden zouden we nu niet de mogelijkheden hebben om kinderen met behulp van media te laten leren. Via deze weg wil ik alle helden van ICT bedanken, dat er nog vele mogen komen. 

Hoewel ik duidelijk dankbaar ben voor de heldendaden die verricht zijn op het gebied van ICT, blijft er voor mij één held der helden. J.K. Rowling, die me jaren plezier, verdriet, opluchting en moed heeft gebracht. Die me een wereld heeft gebracht waar ik over kan blijven dromen. Ik hoop nog steeds dat er ooit een uil een brief naar me brengt, zodat ik ook naar Zweinstein kan. 


J. K. Rowling, duizendmaal dank.


Wikipedia (2012). Held. http://nl.wikipedia.org/wiki/Held. Bezocht op: 6-2-2013. 
 
    Voor meer informatie over wie ik ben, klik dan hierboven op de knop 'wie ben ik?'. 
    Wil je kennis maken met verschillende tools? Klik dan hierboven op de knop 'tools'.

    Author

    Ilona van Aert
    Student PABO Tilburg

    Archives

    Maart 2013
    Februari 2013

    Categories

    All